Geroepen voor de Tibetanen
Pinsel Horizontal Dunkelblau Oben

Van één van onze werkers in Azië

Broodmager en in elkaar gedoken trof ik haar aan. Haar ogen stonden vol wanhoop. Ze leed aan tuberculose. Een arts vertelde mij het verhaal van deze Tibetaanse vrouw.. Haar lijden raakte mij diep. Met tranen in mijn ogen bad ik voor haar genezing, al voelde mijn geloof op dat moment klein en kwetsbaar.

Even later werd ik meegenomen naar een andere donkere kamer. Ik zag een schattig jongetje van zes jaar oud met een bos verwarde krullen. Leukemie. De artsen konden niets meer voor hem doen. Verdriet was in de ogen van de vader af te lezen. Opnieuw bad ik. Woorden wilden nauwelijks komen. Er klonken kreten van medelijden van de nomaden die zich om ons heen hadden gedrongen.

Pinsel Horizontal Dunkelblau Unten

Enkele maanden later keerde ons team terug naar dit hooggelegen nomadengebied. Vaak reisden we met artsen die mensen onderzochten op hydatiden, gevaarlijke parasieten die levens konden eisen. Voor iedere patiënt baden we en deelden we medicatie uit.

Tijdens die reis vertelde een arts mij iets onverwachts: de jonge vrouw met tuberculose was genezen!

Ik kon het haast niet geloven. Ik had immers met weinig geloof gebeden. Toch had onze barmhartige Vader geluisterd en mijn gebed beantwoord. Opnieuw besefte ik dat Hij niet afhankelijk is van de mate van ons geloof maar dat Hij handelt vanuit Zijn liefde en genade. Naar aanleiding van deze gebeurtenis groeide mijn geloof en God bevestigde mijn roeping voor de Tibetanen, die ik 20 jaar daarvoor had ontvangen.

Voorbereid voor Gods plan

Mijn verlangen voor zending begon al vroeg. Ik werd geboren in een grensdorpje dichtbij de jungle van Zuid-Amerika en groeide op als dochter van een zendingsechtpaar. Gefascineerd luisterde ik naar verhalen van mensen die alles achterlieten om God in een ander land te dienen.

Door mijn opvoeding in verschillende culturen en mijn verpleegkundige opleiding vormde de Heer mij stap voor stap. Tijdens een stage in het buitenland bad ik voor een zendelinge toen God duidelijk in mijn hart sprak: “Naar dat land dal Ik je zenden.”

Toch duurde het nog acht jaar voordat die deur werkelijk openging. Uiteindelijk vertrok ik voor een periode van acht maanden. In die tijd bevestigde de Heer niet alleen mijn roeping, maar ook de organisatie waarbij ik mocht dienen. Samen met teamgenoten reisde ik door berggebieden en leerde ik de talen die ik nodig had voor zowel de steden als voor de nomadengebieden. Ik bouwde vriendschappen op met studenten, patiënten en hun families. Overal ontstonden kansen om te bidden en te vertellen over onze Schepper en Verlosser.

Na twaalf jaar kwam er echter een einde aan deze periode. Onze Vader sloot de deur en ik keerde terug naar Nederland.

Wachten op een open deur

Wat volgde was een tijd van bidden, wachten en luisteren. Een visiereis onder vluchtelingen van dezelfde bevolkingsgroep herinnerde mij opnieuw aan Gods beloften. Maar net als dat Noach eerst een raaf en daarna een duif losliet, vond ik lange tijd geen plaats om mij te vestigen.

Maar God zat niet stil. Hij opende een deur naar een buurland, waar ik vijf jaar mocht wonen en samenwerken met Tibetaanse leiders. Als mentor van een Tibetaanse vrouw bleef ik betrokken bij het werk onder haar volk. Tegelijkertijd maakte k verschillende gebedsreizen naar het zuiden.

Tijdens onze laatste reis ervoer ik zekerheid dat het moment spoedig zal aanbreken dat ik daar opnieuw onder Tibetanen zal werken. Mijn collega-zendingswerkers bidden met mij mee voor Gods bevestiging in het verkrijgen van een langetermijn visum. Wanneer onze hemelse Vader een deur opent, kan niemand het sluiten.

Bid mee

Wij geloven en bidden voor een doorbraak onder de Tibetanen, waarvan er slechts 0-0,3% (evangelisch) christen zijn (op een bevolking van zes miljoen). Bid je mee voor een machtige doorbraak van Gods Geest?

“Ik heb me laten vinden door wie Mij niet zochten, Ik heb me bekendgemaakt aan wie niet naar Mij hebben gevraagd.” (Romeinen 10:20 NBV’21)

Foto artikel Tibetanen (2)